Jeugdbescherming als verdienmodel

Jeugdbescherming als verdienmodel
Mishandeld van rechtswege

Huub van ’t Hek / 2018

Jeugdbescherming gaat niet over het beschermen van kinderen, jeugdigen en jongeren. Jeugdbescherming gaat over het verdienen van geld. Jeugdbescherming is een verdienmodel geworden. Daarmee heeft het zichzelf verlaagd tot een vorm van kindermishandeling. Bij mishandeling gaan wij er automatisch vanuit, dat de mishandelaar een natuurlijk persoon is. Normaal gesproken denken wij in termen van vaders en moeders. De vraag is of de mishandelaar ook een rechtspersoon kan zijn. Kan een kind mishandeld worden door Jeugdbescherming, Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming? Als dat zo is, wordt een kind dan mishandeld in naam van de Minister en de Koning? Kortom, is jeugdbescherming als verdienmodel een vorm van mishandeling van rechtswege? Een overweging.

Opvoeding en voordoen
Opvoeding is het spel van het goede voorbeeld. Het eindeloze spel van het eindeloze goede voorbeeld. Dat spel is niet van vandaag of gisteren. Dat spel is van alle tijden. Omdat levende wezens bijna geen andere manier van leren hebben. De ouderen leven het goede (of het slechte!) gedrag voor aan de jongeren. De jongeren imiteren het gedrag van de ouderen. Jongeren zijn in die zin dus niet of nauwelijks aanspreekbaar op hun gedrag. Zij doen wat anderen hen voordoen en hebben voorgedaan.
Inge van Meurs(Perspectief 2009 nr.8) heeft verslag gedaan van een wetenschappelijk onderzoek in deze richting. Haar conclusie: geen één op één kopieergedrag, zo ver gaat het nu ook weer niet, maar alle gedrag is afgekeken. Slecht gedrag is dus voorspelbaar. Goed gedrag trouwens ook.

Communicatie en besluitvorming
Op mijn website www.hektic.nl kunt u lezen dat ik van communicatie mijn vak heb gemaakt. In bedrijven, in de muziek en in de opvoeding.
In bedrijfsmatige samenwerkingsvormen ben ik in de eerste plaats altijd weer geïnteresseerd in de manier waarop besluiten worden genomen. De kwaliteit van de besluitvorming bepaalt de continuïteit van het bedrijfsproces. Waarom zeggen wij dat het crisis is? Omdat wij met elkaar toestaan, dat de kwaliteit van de besluitvorming op nagenoeg alle gebied beneden alle peil is. Elke dag leest u in alle kranten en hoort u op radio en tv de krankzinnigste voorbeelden van uiterst povere besluitvorming. Van de Zuidelijke Ringweg in Groningen tot en met het afschaffen van de dividendbelasting.

De caissière van Albert Heijn
Wat heeft de caissière van Albert Heijn daarmee te maken? Alles. Dat zal ik uitleggen. Op het moment, dat aan mij wordt gevraagd om te onderzoeken hoe in een AH winkel besluiten worden genomen, tel ik het aantal kassa’s. Per kassa koop ik drie artikelen. Op die manier maak ik contact met soms zes en soms wel zestien caissières. Bij alle kassa’s heb ik dezelfde vragen. Mijn interesse: de manier waarop de vragen worden beantwoord. Welke besluiten neemt de caissière om mij als een tevreden klant te laten vertrekken? Neemt zij zelfstandig besluiten? Moet zij voor elk antwoord iemand bellen? Kan zij mij op mijn gemak stellen? Raakt zij in paniek? Zoekt zij naar een oplossing? Is haar eigen stemming van grote invloed op haar manier van besluiten nemen? Blijft zij binnen de grenzen van haar kunnen of overschrijdt zij die grenzen als dat nodig is? Behandelt zij mij of mijn vraag als haar eigendom of als eigendom van AH? Zijn haar besluiten gericht op mijn welzijn als klant of op haar overleven als caissière? Al die vragen spelen door mijn hoofd. En waarom doe ik dat op deze manier? Omdat het gedrag van de caissière imitatief gedrag is. Zij behandelt mij zoals zij zelf binnen het bedrijf behandeld wordt. In mijn beoordeling speelt de balans van professionaliteit en charme de grootste rol.

Wetgeving en uitvoering
In de rechtsstaat gaan wij uit van de idee dat alle wetgeving gericht is op het goed, zo niet beter laten functioneren van allerhande maatschappelijke processen. Althans, wetgeving die gericht is op het ontwrichten van de maatschappij is bij mij onbekend. Als samenleving richten wij ons op het goede.
Worden de wetten dan automatisch in die geest en in die zin uitgevoerd? Dat is een interessante vraag. Wie zijn de uitvoerders waarover wij het hebben? De mannen en vrouwen in het publieke domein, zou ik zeggen. Agenten, doktoren, onderwijzers en docenten en de hele waaier aan hulpverleners. Zijn al die mensen doordrongen van het goede? Hebben die mensen altijd en overal het ideaal van de opvoeding voor ogen? Of worden zij gedreven door heel andere oorzaken? Laten overheden en semi-overheden zich nog leiden door het ideaal van de opvoeding? Of speelt het machtsdenken een steeds grotere rol in dat gedrag?

Overheid en macht
De overheid was ooit een instituut dat dacht vanuit de principes van de opvoeding. Die tijden zijn voorbij. In het onderwijs was een akte pedagogiek verplicht. Op straat was de wijkagent een opvoeder. Zoals de huisarts een opvoeder was. Zoals het consultatiebureau in het teken stond van de opvoeding. En dat is allemaal nog niet zo verschrikkelijk lang geleden.
Maar die tijden liggen nu echt achter ons. De ouders zijn nu nog de enige opvoeders. Zowel in de particuliere als in de openbare ruimte. In die ruimte is de rol van de overheid verschoven van opvoeding naar macht. Alles wat de overheid voorstaat en uitstraalt is macht. Pure macht. Met alles wat eraan vastzit en wat erbij hoort.

Eigenaar van openbare ruimte
Omdat de overheid zich elke dag meer is gaan gedragen als enig eigenaar van de openbare ruimte. En u weet vanuit de middeleeuwen al hoe het werkt: de eigenaar van het gebouw bepaalt hoe wij ons binnen het gebouw hebben te gedragen.
De openbare ruimte is als gebouw niet gedefinieerd, maar de overheid bepaalt precies hoe wij ons binnen de openbare ruimte hebben te gedragen. Wij worden niet opgevoed om ons op een bepaalde manier te gedragen. Het goede gedrag wordt niet aan ons voorgedaan. Neen, de overheid is eigenaar en dicteert derhalve het gedrag. Iedereen die handelt in strijd met die voorschriften, mag worden bestraft.

Macht en overheid
Pedagogische principes in het onderwijs? Ammehoela! Leerplicht ambtenaren zult u bedoelen. Geïnteresseerd in de reden van een kind dat wat vaker afwezig is? De groeten! Spijbelen moet worden bestraft. Schoolgaande kinderen zijn in de nieuwe regels totaal gecriminaliseerd. Wij sturen zoveel kinderen van school, dat wij straks nog nauwelijks kinderen overhouden om les aan te geven. Worden kinderen daar beter van? Wordt de maatschappij daar beter van? Wie wordt daar eigenlijk beter van? Daar wordt niemand beter van.
De wijkagent als opvoeder? Vergeet het maar! De wijkagent heeft alle kindertjes uit de wijk gecriminaliseerd. Hij moet kindertjes opsporen en op de bon slingeren. Hij moet aantonen dat het niet goed gaat met de jeugd. Hij legitimeert de Minister van Justitie om opnieuw geld uit te trekken om nog harder tegen de jeugd op te kunnen treden.
De huisarts een opvoeder? Met het opvoeden van zijn patiënten bemoeit de huisarts zich al heel lang niet meer. De term “huisarts” zal komen te vervallen, omdat er bijna geen arts meer aan huis komt.
Het consultatiebureau als opvoeder? Dar werken alleen nog mensen die alles van gemiddelde groeicurves weten en niets van opvoeding. Die naar een moeder vragen, als een vader langs komt met een kind.

Hulpverlening en opvoeding
In de hulpverlening is het allemaal beter. Althans, dat zou je denken. De doorsnee Nederlander heeft het beeld, dat Jeugdbescherming, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming vol zitten met mensen die handelen uit het ideaal van de opvoeding. Was het maar zo. Helaas is het allemaal anders. Omdat de hulpverlening instanties op zich zijn geworden. Aangestuurd door verschillende ministeries en gefinancierd uit verschillende bronnen. Daarover is in de loop van de jaren genoeg geschreven. Het belangrijkste punt is dit: de hulpverlening is niet meer gericht op de opvoeding van het individu. De hulpverlening is gericht op het schoonhouden van de openbare ruimte. Terwijl niemand die openbare ruimte heeft gedefinieerd. Nergens in de wereld zitten zoveel kinderen achter slot en grendel als in Nederland. Opgesloten omwille van het opgesloten zijn. Opdat wij die kinderen niet meer zien. Geen programma’s die gericht zijn op de toekomst van die kinderen. Geen mensen meer die zijn opgeleid om die kinderen een toekomst te bieden. Wel mensen die alles weten van wetten, regels en protocollen. Omdat het daarover gaat in de openbare ruimte.

Opvoeding en opleiding
In Nederland betalen wij aan de voordeur. Dat wil zeggen: de vooropleiding bepaalt het inkomen. Niet de prestatie. Ook daarom is het crisis. Omdat wij op die manier steeds goedkoper kunnen gaan werken. Vroeger hadden wij universitair geschoolde pedagogen in de hulpverlening. Die zijn er al heel lang niet meer. Omdat wij die kwaliteit hebben ingeruild voor hbo’ers. Omwille van de begroting hebben wij daar vanaf gezien. En hebben wij de taken van de hulpverlener in handen gelegd van de mbo’ers en vmbo’ers.
Daar moeten wij nu van terugkomen. Omdat het echt onhoudbaar is. Maar het zal nog zeker tien jaar duren eer wij weer de zaak een beetje op orde hebben.

Openbare ruimte en opvoeding
Het wordt de hoogste tijd dat wij de definitie van de openbare ruimte gaan bijstellen. Dat op zich is niet genoeg. Het zal in samenspraak moeten gaan met de training en opleiding van de mensen aan wie wij de opvoeding in de openbare ruimte van de toekomst gaan overlaten. Het zal in samenspraak moeten gaan met de idee dat wij gaan betalen aan de achterdeur. Dat wij gaan betalen voor prestaties, zichtbare en controleerbare prestaties. En, dat wij de verhouding tussen mannen en vrouwen in de wereld van de opvoeding herstellen. Omdat wij de mannen hebben verbannen uit de wereld van de opvoeding. Ook dat is sluipenderwijs gegaan. Waarom weet ik ook niet, maar het is wel gebeurd. En dat is niet goed. Op dit moment werken in de openbare ruimte van de opvoeding 75% vrouwen. Dat is meer dan te veel. Maar het gaat om het totaalpakket. De herijking van de openbare ruimte, het betalen voor controleerbare prestaties, het voldoen aan pedagogische kwaliteiten en een gezondere verhouding van mannen en vrouwen. In de combinatie van die vier elementen moet de vernieuwing vorm krijgen.

Jeugdbescherming als verdienmodel
Veertig procent van de aangemelde kinderen hoort bij Jeugdbescherming niet thuis. Daarover zijn vriend en vijand het eens. Het getal wordt bevestigd door alle directeuren van alle JBI’s. Toch wordt die 40% kinderen niet geweigerd. Ook die kinderen worden net zo hard op de wachtlijst gezet als al die andere kinderen die de hulp juist wel nodig hebben. Waarom? Heel eenvoudig: omdat het geld opbrengt. Elke lijst en elke kaartenbak brengt geld op. En dat is de opdracht aan het management. Het binnenhalen van geld. Heel eenvoudig. Zelfs het creëren van de wachtlijst speelt in dat spel een rol.
Het is dus niet zo gek dat Jeugdbescherming op deze manier bezig is met het graven van het eigen graf. Dat er bijna geen mensen meer te vinden zijn die er met veel plezier willen werken. O ja, mensen willen dolgraag werken in de hulpverlening. Zeker wel. Met het beroep van de hulpverlener is niets mis. MAAR: met de bejegening van de hulpverlener is veel mis. Veel hulpverleners willen de cliënt best benaderen in een balans van professionaliteit en charme. Dat is verboden. Niet door de klanten, maar juist door de eigen managers.

De manager in de openbare ruimte
De manager van de hulpverlener gedraagt zich als eigenaar van de openbare ruimte. En geeft aan ZIJN medewerkers het mandaat om zich zo te gedragen. Medewerkers van Jeugdbescherming, Veilig Thuis, alle soorten Instellingen en Raad gedragen zich dus als eigenaar van hun cliënten. Zelfs als zij bij vreemden een inlichting willen verkrijgen, gedragen zij zich nog als eigenaar. Omdat zij de vertegenwoordiger zijn van de openbare ruimte. En die is heilig. Zij vertegenwoordigen de orde van de openbare ruimte. Daarom moet iedereen die zo’n vertegenwoordiger van de openbare ruimte ontmoet, gehoorzamen. Juist zij zouden zich moeten spiegelen aan de caissière van AH. Daar zouden zij kunnen leren hoe je professioneel en charmant met een cliënt kunt omgaan.
Omdat wij de wereld zo hebben geëmancipeerd, dat niemand zich meer laat benaderen als een vorm van eigendom. En zeker niet als eigendom van een hulpverlener. Dat wordt ervaren als een vorm van ernstige mishandeling.

Mishandeld van rechtswege
Zo is het sluipenderwijs ontstaan, de mishandeling van rechtswege. Tussen mensen bestaat geen eigendomsrecht. Ouders zijn geen eigenaar van kinderen. Pleegzorgcentrales zijn wel eigenaar van kinderen. Instellingen zijn wel eigenaar van kinderen. Jeugdbescherming, Veilig Thuis en Raad gedragen zich zelfs als enig eigenaar. En van de kinderen en van de aan deze instanties voorgelegde problemen. Daar zit de kern van het probleem: de eigendomsvraag. Daarom is het crisis is de wereld. Er is geen financiële crisis. Er is spraken van een wereldwijde eigendomscrisis. De eigendom moet in elk opzicht opnieuw worden gedefinieerd. In de particuliere ruimte en in de openbare ruimte. Op het moment dat wij dat hebben gedaan, kan er niemand meer van rechtswege worden mishandeld. Wij spreken af dat wij ons daarop richten. Met ingang van vandaag. Waarvan akte.

FacebookTwitterGoogle+EmailDelen