Sprookjes vertellen geen sprookjes

Sprookjes zijn de hogeschool van de vertelkunst. Het gaat om het scheppen van beelden die iedereen in zijn eigen tijd kan verstaan. Zonder beelden heeft de vertelkunst geen zin. Leer van daaruit om te gaan met metaforen, gelijkenissen en sprookjes.

Grote veranderingsprocessen gaan hand in hand met oude en nieuwe vertellingen, al dan niet in de vorm van sprookjes. Sprookjes vertellen dus geen sprookjes, maar zijn de verpakking geworden van nieuwe ontdekkingen en nieuwe waarheden. Omdat de nieuwe waarheid heel vaak te bedreigend is voor de bestaande orde. Het vertellen van een sprookje is heel rustgevend. Voor iedereen die kan luisteren en de wil heeft om het sprookje te verstaan.
Opera doet niets anders dan het begeleiden van grote veranderingsprocessen. En dus zijn de vertellingen en sprookjes een uitgelezen onderwerp voor een opera. Daarvan heb ik er acht voor u geselecteerd. Acht (sprookjes) vertellingen door acht verschillende componisten. Omdat het verleden het heden is gezien door de toekomst. Dat geldt voor sprookjes net zo goed als voor de opera.

G.F. Händel / Semele / 1744 / 27 september
Semele wil de vrouw zijn van Jupiter en tegelijkertijd wil zij onsterfelijk zijn. Het eerste zou kunnen, het tweede niet. “Mens, Gij zijt stof en tot stof zult Gij wederkeren”. Wie probeert menselijke relaties ‘goddelijk’ te maken, heeft een veel grotere kans van slagen.

Lorenzo da Ponte / librettist / 1787 / 4 oktober
Drie opera’s van zijn hand in één jaar: L’arbore di Diana van Vincente Y Soler, Tirare van Salièri en Don Giovanni van Mozart. De overeenkomsten zijn meer dan opmerkelijk. Waarom de muziek van Vincente Y Soler van het tobeel is verdwenen, is een raadsel. Mozart heeft de geschiedenis wel gehaald. Wij snappen nu waarom.

W.A. Mozart / Die Zauberflöte / 1791 / deel 1 en 2 / 11 en 18 oktober
Het nieuwe mensbeeld na de revolutie. Uigedrukt in drie lagen van het bestaan:
* biologie / Papageno en Papagena
* cultuur / Tamino en Pamina
* spritualiteit / Sarastro en Koningin van de Nacht
De zwerftocht van het leven is de zoektocht naar ons alter, feminien of masculien, ego. Geleid door de liefde komen wij nooit bedrogen uit.

Giacchino Rossini / LaDonna del Lago / 1819 / 1 november
Het mens zijn wordt bepaald door een autonome, vrije wil en een volstrekt vrije keus in elk opzicht. Dat is de verworvenheid van de nieuwe maatschappelijke orde na de Revolutie van 1789. Elena – vertaald:kracht – is de Donna del Lago, de Vrouw van het Meer. Terwijl de oude structuren met elkaar strijden, gaat zij ons voor op de nieuwe weg.

Engelbert Humperdinck / Hänsel und Grätel / 1893 / 8 november
Het libretto naar de vertelling van de Gebr. Grimm. Prachtig sprookje met heel veel bekende beelden: stiefmoeder, houthakker, bezems, bos, armoede, huisje van peperkoek, heks, zandman, oven, vuur. Wordt allemaal verklaard. Aan het einde van de 19e eeuw zijn de beelden opnieuw actueel. 

Jules Massnet / Cendrillon / 1899 / 15 november
Het libretto naar de vertelling van Perrault. Het beeldmateriaal komt deels voort uit de schilderkunst en deels uit Oosterse vertellingen. Wordt allemaal verklaard. De kern blijft de ontdekking dat ook de vrouw als vrij wezen wordt geboren en dat relaties geen slavin van haar meer mogen maken. Mogelijk aangevuld met Die Tote Stadt (1920) van Erich Wolfgang Korngold.

Giacomo Puccini / Turandot / 1924 / 22 november
Turandot is een Chinese (sprookjes) vertelling over de ijs- en ijskoude prinses Turandot. Wie haar wil trouwen moet drie raadsels oplossen. Bij falen sterft de bruidegom in spe:  drie het raadsel, de dood één. Ook Calaf waagt zijn kans. Hij slaagt: drie het raadsel, het leven één. Ziedaar de vraag: leven vanuit de dood of juist kiezen voor het leven? Een waardige afsluiting van een mooie reeks (sprookjes) opera’s.

Opera omwille van de Lieve Vrede: blijspel, drama en operat(i)oneel?

Muziek in het algemeen en opera in het bijzonder kanaliseert onze emoties. Besluiten worden sterker gestuurd door onze emoties dan door ons verstand. Ook waar het gaat om de verhoudingen van mens tot mens. Geboren om in alle redelijkheid met elkaar om te gaan. Om vooral de lieve vrede te bewaren.

De vrede in de wereld blijft in het geding. Van het kleine gezin tot het grote wereldtoneel. De opdracht is en blijft om alles te doen om de lieve vrede te bewaren. Individueel en collectief. Een opdracht van alle eeuwen en van alle tijden. Hebben wij vooruitgang geboekt en zo ja, hoeveel dan?
Kijken in de spiegel van onze gedragingen in de kleine kring van gezin, familie en de gemeenschap waarin wij leven. Wij willen het uiteraard goed hebben met elkaar. Maar de externe omstandigheden hebben wij niet in de hand. Wat moeten wij allemaal doen en nalaten om in onze kleine en grote omgeving de lieve vrede te bewaren?

1. Il Coronazione di Poppea / Monteverdi / 1642 / 25 september 
Wat drijft de mens om te doen wat hij doet? Liefde en deugd? Aanzien en geld?
Wat zijn de drijfveren van het leiderschap? Dezelfde of totaal andere? Op zoek naar het antwoord van keizer Nero, zijn vrouw Ottavia, zijn minnares Poppea en de filosoof Seneca. De liefde als dekmantel van het kwaad.

2. La Clemenza di Tito / Mozart / 1791 / 2 oktober 
Titus is een meedogenloze keizer. Totdat hij terugkeert naar Rome. De stad
ademt de veel te harde hand van zijn vader Vespasianus. Wil hij slagen in de ogen van de Romeinen, dan zal zijn leiderschap gekenmerkt moeten worden
door mededogen en vergeving. Vluchtelingen zijn welkom.

3. Norma / Bellini / 1831 / 9 oktober
Norma is de maagdelijke priesteres aan de voordeur. Aan de achterdeur heeft zij een geheime verhouding met Pollione, de Romeinse bezetter. Met elkaar hebben zij twee kinderen als inzet van hun politieke spel. Als Pollione wordt teruggeroepen naar Rome, wil hij kiezen voor Adalgisa. Staat die keuze hem nog vrij? De vraag naar de gebondenheid aan het kind.

4. La Juive / Halevy / 1835 / 16 oktober
Het joodse vraagstuk. Eleazar heeft in Rome een meisje gered uit een brandend huis en opgevoed als zijn eigen dochter. Hij weet dat zij de dochter is van de antisemiet graaf Brogni, eerst weduwnaar en nu kardinaal. Wat weerhoudt de beide mannen om elkaar de vrede te gunnen?

5. Der Fliegende Holländer / Wagner / 1843 / 30 oktober
Psychopathie is een gehaktbal van droom, waan, werkelijkheid en fantasie. Zijn waan is de onvoorwaardelijke liefde van een vrouw. Zij droomt van bevrijding en verlossing door een man. Haar vader droomt van weelde, eer, aanzien en geld. Wat gebeurt er als dromen en wanen elkaar ontmoeten?

6. Stiffelio / Verdi / 1850 / 6 november
De vrouw van een religieus leider wil echtscheiding. Hij wil dat niet omwille van de kerkgemeenschap. Is er een keuze mogelijk die alle partijen spaart? Wie
zonder zonde is, werpe de eerste steen.

7. Jenufa / Janacek / 1904 / 13 november
Het gesloten gezinssysteem. De kosteres als onvoorwaardelijke dictator. Jenufa en Steva wordt het leven onmogelijk gemaakt. Om schande te voorkomen mag hun kind worden omgebracht. Alles omwille van haarzelf en de omgeving.
Totdat iedereen wakker wordt…..

8. Andrea Chenier / Giordano / 1896 / 20 november
Liefde en revolutie. Knechtenzoon Gérard groeit op in het huis van dochter des huizes Madeleine. Twee niet te verbinden werelden. Totdat de revolutie de
wereld op zijn kop zet. De poëzie van Chenier als de ultieme verbinding van wat niet te verbinden was. Gérard laat de liefde overwinnen.

Huub van ‘t Hek (1947) deed rechten, communicatie en muziekgeschiedenis. Sinds 1980 zijn eigen Bureau ‘tHekst & Uitleg. Gewerkt in opdracht van bedrijfsleven en overheid. Gepokt en gemazeld in de werking der systemen. Kent zijn klassieken. Groot operaspecialist. Kennis als basis, inzicht als doel, humor als middel. Leidraad: het heden is het verleden gezien door de toekomst.

Jeugdbescherming als verdienmodel

Jeugdbescherming als verdienmodel
Mishandeld van rechtswege

Huub van ’t Hek / 2018

Jeugdbescherming gaat niet over het beschermen van kinderen, jeugdigen en jongeren. Jeugdbescherming gaat over het verdienen van geld. Jeugdbescherming is een verdienmodel geworden. Daarmee heeft het zichzelf verlaagd tot een vorm van kindermishandeling. Bij mishandeling gaan wij er automatisch vanuit, dat de mishandelaar een natuurlijk persoon is. Normaal gesproken denken wij in termen van vaders en moeders. De vraag is of de mishandelaar ook een rechtspersoon kan zijn. Kan een kind mishandeld worden door Jeugdbescherming, Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming? Als dat zo is, wordt een kind dan mishandeld in naam van de Minister en de Koning? Kortom, is jeugdbescherming als verdienmodel een vorm van mishandeling van rechtswege? Een overweging.

Opvoeding en voordoen
Opvoeding is het spel van het goede voorbeeld. Het eindeloze spel van het eindeloze goede voorbeeld. Dat spel is niet van vandaag of gisteren. Dat spel is van alle tijden. Omdat levende wezens bijna geen andere manier van leren hebben. De ouderen leven het goede (of het slechte!) gedrag voor aan de jongeren. De jongeren imiteren het gedrag van de ouderen. Jongeren zijn in die zin dus niet of nauwelijks aanspreekbaar op hun gedrag. Zij doen wat anderen hen voordoen en hebben voorgedaan.
Inge van Meurs(Perspectief 2009 nr.8) heeft verslag gedaan van een wetenschappelijk onderzoek in deze richting. Haar conclusie: geen één op één kopieergedrag, zo ver gaat het nu ook weer niet, maar alle gedrag is afgekeken. Slecht gedrag is dus voorspelbaar. Goed gedrag trouwens ook.

Communicatie en besluitvorming
Op mijn website www.hektic.nl kunt u lezen dat ik van communicatie mijn vak heb gemaakt. In bedrijven, in de muziek en in de opvoeding.
In bedrijfsmatige samenwerkingsvormen ben ik in de eerste plaats altijd weer geïnteresseerd in de manier waarop besluiten worden genomen. De kwaliteit van de besluitvorming bepaalt de continuïteit van het bedrijfsproces. Waarom zeggen wij dat het crisis is? Omdat wij met elkaar toestaan, dat de kwaliteit van de besluitvorming op nagenoeg alle gebied beneden alle peil is. Elke dag leest u in alle kranten en hoort u op radio en tv de krankzinnigste voorbeelden van uiterst povere besluitvorming. Van de Zuidelijke Ringweg in Groningen tot en met het afschaffen van de dividendbelasting.

De caissière van Albert Heijn
Wat heeft de caissière van Albert Heijn daarmee te maken? Alles. Dat zal ik uitleggen. Op het moment, dat aan mij wordt gevraagd om te onderzoeken hoe in een AH winkel besluiten worden genomen, tel ik het aantal kassa’s. Per kassa koop ik drie artikelen. Op die manier maak ik contact met soms zes en soms wel zestien caissières. Bij alle kassa’s heb ik dezelfde vragen. Mijn interesse: de manier waarop de vragen worden beantwoord. Welke besluiten neemt de caissière om mij als een tevreden klant te laten vertrekken? Neemt zij zelfstandig besluiten? Moet zij voor elk antwoord iemand bellen? Kan zij mij op mijn gemak stellen? Raakt zij in paniek? Zoekt zij naar een oplossing? Is haar eigen stemming van grote invloed op haar manier van besluiten nemen? Blijft zij binnen de grenzen van haar kunnen of overschrijdt zij die grenzen als dat nodig is? Behandelt zij mij of mijn vraag als haar eigendom of als eigendom van AH? Zijn haar besluiten gericht op mijn welzijn als klant of op haar overleven als caissière? Al die vragen spelen door mijn hoofd. En waarom doe ik dat op deze manier? Omdat het gedrag van de caissière imitatief gedrag is. Zij behandelt mij zoals zij zelf binnen het bedrijf behandeld wordt. In mijn beoordeling speelt de balans van professionaliteit en charme de grootste rol.

Wetgeving en uitvoering
In de rechtsstaat gaan wij uit van de idee dat alle wetgeving gericht is op het goed, zo niet beter laten functioneren van allerhande maatschappelijke processen. Althans, wetgeving die gericht is op het ontwrichten van de maatschappij is bij mij onbekend. Als samenleving richten wij ons op het goede.
Worden de wetten dan automatisch in die geest en in die zin uitgevoerd? Dat is een interessante vraag. Wie zijn de uitvoerders waarover wij het hebben? De mannen en vrouwen in het publieke domein, zou ik zeggen. Agenten, doktoren, onderwijzers en docenten en de hele waaier aan hulpverleners. Zijn al die mensen doordrongen van het goede? Hebben die mensen altijd en overal het ideaal van de opvoeding voor ogen? Of worden zij gedreven door heel andere oorzaken? Laten overheden en semi-overheden zich nog leiden door het ideaal van de opvoeding? Of speelt het machtsdenken een steeds grotere rol in dat gedrag?

Overheid en macht
De overheid was ooit een instituut dat dacht vanuit de principes van de opvoeding. Die tijden zijn voorbij. In het onderwijs was een akte pedagogiek verplicht. Op straat was de wijkagent een opvoeder. Zoals de huisarts een opvoeder was. Zoals het consultatiebureau in het teken stond van de opvoeding. En dat is allemaal nog niet zo verschrikkelijk lang geleden.
Maar die tijden liggen nu echt achter ons. De ouders zijn nu nog de enige opvoeders. Zowel in de particuliere als in de openbare ruimte. In die ruimte is de rol van de overheid verschoven van opvoeding naar macht. Alles wat de overheid voorstaat en uitstraalt is macht. Pure macht. Met alles wat eraan vastzit en wat erbij hoort.

Eigenaar van openbare ruimte
Omdat de overheid zich elke dag meer is gaan gedragen als enig eigenaar van de openbare ruimte. En u weet vanuit de middeleeuwen al hoe het werkt: de eigenaar van het gebouw bepaalt hoe wij ons binnen het gebouw hebben te gedragen.
De openbare ruimte is als gebouw niet gedefinieerd, maar de overheid bepaalt precies hoe wij ons binnen de openbare ruimte hebben te gedragen. Wij worden niet opgevoed om ons op een bepaalde manier te gedragen. Het goede gedrag wordt niet aan ons voorgedaan. Neen, de overheid is eigenaar en dicteert derhalve het gedrag. Iedereen die handelt in strijd met die voorschriften, mag worden bestraft.

Macht en overheid
Pedagogische principes in het onderwijs? Ammehoela! Leerplicht ambtenaren zult u bedoelen. Geïnteresseerd in de reden van een kind dat wat vaker afwezig is? De groeten! Spijbelen moet worden bestraft. Schoolgaande kinderen zijn in de nieuwe regels totaal gecriminaliseerd. Wij sturen zoveel kinderen van school, dat wij straks nog nauwelijks kinderen overhouden om les aan te geven. Worden kinderen daar beter van? Wordt de maatschappij daar beter van? Wie wordt daar eigenlijk beter van? Daar wordt niemand beter van.
De wijkagent als opvoeder? Vergeet het maar! De wijkagent heeft alle kindertjes uit de wijk gecriminaliseerd. Hij moet kindertjes opsporen en op de bon slingeren. Hij moet aantonen dat het niet goed gaat met de jeugd. Hij legitimeert de Minister van Justitie om opnieuw geld uit te trekken om nog harder tegen de jeugd op te kunnen treden.
De huisarts een opvoeder? Met het opvoeden van zijn patiënten bemoeit de huisarts zich al heel lang niet meer. De term “huisarts” zal komen te vervallen, omdat er bijna geen arts meer aan huis komt.
Het consultatiebureau als opvoeder? Dar werken alleen nog mensen die alles van gemiddelde groeicurves weten en niets van opvoeding. Die naar een moeder vragen, als een vader langs komt met een kind.

Hulpverlening en opvoeding
In de hulpverlening is het allemaal beter. Althans, dat zou je denken. De doorsnee Nederlander heeft het beeld, dat Jeugdbescherming, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming vol zitten met mensen die handelen uit het ideaal van de opvoeding. Was het maar zo. Helaas is het allemaal anders. Omdat de hulpverlening instanties op zich zijn geworden. Aangestuurd door verschillende ministeries en gefinancierd uit verschillende bronnen. Daarover is in de loop van de jaren genoeg geschreven. Het belangrijkste punt is dit: de hulpverlening is niet meer gericht op de opvoeding van het individu. De hulpverlening is gericht op het schoonhouden van de openbare ruimte. Terwijl niemand die openbare ruimte heeft gedefinieerd. Nergens in de wereld zitten zoveel kinderen achter slot en grendel als in Nederland. Opgesloten omwille van het opgesloten zijn. Opdat wij die kinderen niet meer zien. Geen programma’s die gericht zijn op de toekomst van die kinderen. Geen mensen meer die zijn opgeleid om die kinderen een toekomst te bieden. Wel mensen die alles weten van wetten, regels en protocollen. Omdat het daarover gaat in de openbare ruimte.

Opvoeding en opleiding
In Nederland betalen wij aan de voordeur. Dat wil zeggen: de vooropleiding bepaalt het inkomen. Niet de prestatie. Ook daarom is het crisis. Omdat wij op die manier steeds goedkoper kunnen gaan werken. Vroeger hadden wij universitair geschoolde pedagogen in de hulpverlening. Die zijn er al heel lang niet meer. Omdat wij die kwaliteit hebben ingeruild voor hbo’ers. Omwille van de begroting hebben wij daar vanaf gezien. En hebben wij de taken van de hulpverlener in handen gelegd van de mbo’ers en vmbo’ers.
Daar moeten wij nu van terugkomen. Omdat het echt onhoudbaar is. Maar het zal nog zeker tien jaar duren eer wij weer de zaak een beetje op orde hebben.

Openbare ruimte en opvoeding
Het wordt de hoogste tijd dat wij de definitie van de openbare ruimte gaan bijstellen. Dat op zich is niet genoeg. Het zal in samenspraak moeten gaan met de training en opleiding van de mensen aan wie wij de opvoeding in de openbare ruimte van de toekomst gaan overlaten. Het zal in samenspraak moeten gaan met de idee dat wij gaan betalen aan de achterdeur. Dat wij gaan betalen voor prestaties, zichtbare en controleerbare prestaties. En, dat wij de verhouding tussen mannen en vrouwen in de wereld van de opvoeding herstellen. Omdat wij de mannen hebben verbannen uit de wereld van de opvoeding. Ook dat is sluipenderwijs gegaan. Waarom weet ik ook niet, maar het is wel gebeurd. En dat is niet goed. Op dit moment werken in de openbare ruimte van de opvoeding 75% vrouwen. Dat is meer dan te veel. Maar het gaat om het totaalpakket. De herijking van de openbare ruimte, het betalen voor controleerbare prestaties, het voldoen aan pedagogische kwaliteiten en een gezondere verhouding van mannen en vrouwen. In de combinatie van die vier elementen moet de vernieuwing vorm krijgen.

Jeugdbescherming als verdienmodel
Veertig procent van de aangemelde kinderen hoort bij Jeugdbescherming niet thuis. Daarover zijn vriend en vijand het eens. Het getal wordt bevestigd door alle directeuren van alle JBI’s. Toch wordt die 40% kinderen niet geweigerd. Ook die kinderen worden net zo hard op de wachtlijst gezet als al die andere kinderen die de hulp juist wel nodig hebben. Waarom? Heel eenvoudig: omdat het geld opbrengt. Elke lijst en elke kaartenbak brengt geld op. En dat is de opdracht aan het management. Het binnenhalen van geld. Heel eenvoudig. Zelfs het creëren van de wachtlijst speelt in dat spel een rol.
Het is dus niet zo gek dat Jeugdbescherming op deze manier bezig is met het graven van het eigen graf. Dat er bijna geen mensen meer te vinden zijn die er met veel plezier willen werken. O ja, mensen willen dolgraag werken in de hulpverlening. Zeker wel. Met het beroep van de hulpverlener is niets mis. MAAR: met de bejegening van de hulpverlener is veel mis. Veel hulpverleners willen de cliënt best benaderen in een balans van professionaliteit en charme. Dat is verboden. Niet door de klanten, maar juist door de eigen managers.

De manager in de openbare ruimte
De manager van de hulpverlener gedraagt zich als eigenaar van de openbare ruimte. En geeft aan ZIJN medewerkers het mandaat om zich zo te gedragen. Medewerkers van Jeugdbescherming, Veilig Thuis, alle soorten Instellingen en Raad gedragen zich dus als eigenaar van hun cliënten. Zelfs als zij bij vreemden een inlichting willen verkrijgen, gedragen zij zich nog als eigenaar. Omdat zij de vertegenwoordiger zijn van de openbare ruimte. En die is heilig. Zij vertegenwoordigen de orde van de openbare ruimte. Daarom moet iedereen die zo’n vertegenwoordiger van de openbare ruimte ontmoet, gehoorzamen. Juist zij zouden zich moeten spiegelen aan de caissière van AH. Daar zouden zij kunnen leren hoe je professioneel en charmant met een cliënt kunt omgaan.
Omdat wij de wereld zo hebben geëmancipeerd, dat niemand zich meer laat benaderen als een vorm van eigendom. En zeker niet als eigendom van een hulpverlener. Dat wordt ervaren als een vorm van ernstige mishandeling.

Mishandeld van rechtswege
Zo is het sluipenderwijs ontstaan, de mishandeling van rechtswege. Tussen mensen bestaat geen eigendomsrecht. Ouders zijn geen eigenaar van kinderen. Pleegzorgcentrales zijn wel eigenaar van kinderen. Instellingen zijn wel eigenaar van kinderen. Jeugdbescherming, Veilig Thuis en Raad gedragen zich zelfs als enig eigenaar. En van de kinderen en van de aan deze instanties voorgelegde problemen. Daar zit de kern van het probleem: de eigendomsvraag. Daarom is het crisis is de wereld. Er is geen financiële crisis. Er is spraken van een wereldwijde eigendomscrisis. De eigendom moet in elk opzicht opnieuw worden gedefinieerd. In de particuliere ruimte en in de openbare ruimte. Op het moment dat wij dat hebben gedaan, kan er niemand meer van rechtswege worden mishandeld. Wij spreken af dat wij ons daarop richten. Met ingang van vandaag. Waarvan akte.

Waar is het kind geworteld?

De Raad voor de Kinderbescherming 
staat voor een gewetensvraag

Huub van ’t Hek, 
hoofdredacteur HKE / juni 2012

Het Kind Eerst / Opvoeden & Opgroeien. Hoe lang hebben wij de theorie van de bloedband moeten verdedigen? Hoe lang en tegen hoeveel beter weten in? Het hoeft niet meer. Het kind is niet langer de gevangene van de bloedband theorie. Het kind is bevrijd. Omdat wij – ondersteund door wetenschappelijk bewijs – kunnen aantonen dat het gaat om de hechting van het kind met de primaire opvoeder. Hij is voor het kind het belangrijkste voorbeeld. Omdat het kind en zijn primaire opvoeder gemeenschappelijke belevenissen en dus gemeenschappelijk herinneringen hebben. 

De Raad voor de Kinderbescherming?
In korte tijd drie verkeerde signalen van de Raad voor de Kinderbescherming. In het Oosten van het land is een peuter vermoord. Door de eigen moeder. De moeder was op proefverlof en mocht de peuter een paar dagen te logeren hebben. Hoe de omgeving ook heeft gewaarschuwd, de Raad wist het zeker: dit kind moet gewoon terug naar zijn moeder. Resultaat: kind vermoord.
In het Noorden van het land was het niet anders. Moeder van vier kinderen, waarvan al drie uit huis geplaatst. Met het vierde kind moest de moeder een nieuwe kans krijgen om te bewijzen dat zij het wel kon. Ook hier zijn de waarschuwingen niet van de lucht, maar de Raad is doof en blind tegelijk. Het kind zal en moet terug naar de moeder. Resultaat: het kind vermoord.
Het derde verhaal speelt zich ook in het Noorden af. Kind is al ruim vijf jaar uit huis geplaatst. De Raad vraagt de rechtbank om de vader van het ouderlijk gezag te ontheffen. Dan verschijnt er een rapport van twee psychologen. Daarin staat dat het kind terug kan naar de vader. Tot ieders verbijstering neemt de Raad dit advies klakkeloos over en zegt daarbij dat het de vraag om de vader te ontheffen, handhaaft.

Vraag: wie beschermt hier de kinderen, als de Raad voor de Kinderbescherming het niet heeft gedaan, niet doet en niet zal doen?

De Raad voor de Moederbescherming?
Waarom wordt het aan iedereen toegestaan om met moeders mee te praten? In het onderwijs, in het ziekenhuis, bij de politie, bij het OM en bij de kinderbescherming. Waarom, waarom, waarom?

Waarom mogen moeders de grootst mogelijke onzin over hun kinderen uitkramen en durft niemand daar tegen in te gaan? Vaak lees en hoor ik het argument over het niet willen verliezen van het contact. Anders haakt de moeder af, heet dat dan.
Het is zo’n tekst die iedereen van elkaar napraat. En ondertussen de moeder de kans geeft om door te gaan met haar chantagepraktijken. Of haar vernietigingsdrang kan blijven uitleven. Waarom, waarom, waarom?

De kernvraag is deze: waarom doen zoveel officiële instanties hier aan mee? En waarom zoveel instanties die zeggen dat het kind in hun denken en handelen centraal staat? Het onderwijs, het ziekenhuis, de politie, het OM en de kinderbescherming? Waarom, waarom, waarom?

De Raad voor de Bloedbandbescherming?
Zou dat het antwoord op de vraag zijn: het kind wordt het beste beschermd door de vrouw uit wie het kind geboren is? Dat antwoord gaat uit van de aanname dat iedere vrouw die een kind krijgt automatisch van dat kind zal houden. Dat is de meest bizarre nonsens die er ooit gedebiteerd is. Waarom houden wij dat dan toch vol? Waarom, waarom, waarom?

De kwaliteit van het opvoeden en laten opgroeien van een kind wordt bepaald door de goede herinneringen aan de eigen jeugd. Omdat je je als opvoeder laat leiden door je geheugen. Je geeft door wat je zelf als goed hebt ervaren.
Als de negatieve herinneringen overheersen – en dat komt meer voor dan wij denken – geven wij aan het kind die negatieve herinneringen door. En dat kunnen wij generaties lang volhouden. Iedereen weet dat, maar bijna niemand handelt ernaar. Misschien wel omdat wij met zijn allen constant in dezelfde valkuil stappen: wij doen wat wij al decennia lang zo doen. Wij kopiëren het gedrag van jaren en jaren. Wanneer zijn wij in staat om die keten te doorbreken? Wanneer, wanneer, wanneer?

De Raad voor Hechting en Herinnering
Kunnen wij met elkaar afspreken dat wij op zoek gaan naar een nieuw criterium of mogelijk een paar nieuwe criteria. Hechting ligt heel natuurlijk voor de hand. Wij kunnen vrij snel en goed vaststellen hoe een kind zich heeft gehecht aan de primaire opvoeder. Let wel: in de regel hoort dit de vader en de moeder te zijn.
De vraag is aan de orde wat te doen als de vader en de moeder falen. Als beiden, of een van beiden, een half jaar de kans heeft gekregen om te laten zien wat hij of zij of beiden aan kwaliteiten in huis heeft. En na dat half jaar laat zien dat het niet gaat. Dat het kind zich niet gaat hechten. Waarom grijpen wij dan niet in. Waarom niet, waarom niet waarom niet?
Waarom toetsen wij niet aan de gemeenschappelijke herinnering van ouders en kinderen? Als wij weten dat dat doorslaggevend is in de kwaliteit van de opvoeding, moeten wij dat criterium toch in het geding kunnen brengen? Dat doen wij niet. Waarom niet, waarom niet, waarom niet?

De Raad voor de Worteling
Het gaat er mij om dat de betiteling “Raad voor de Kinderbescherming” zijn beste tijd heeft gehad. Die Raad moet op zoek naar een nieuwe benaming. Omdat er van alles wordt beschermd behalve het kind. Het instituut wordt beschermd. Het ambtelijk apparaat wordt beschermd. De extreem hoge salarissen worden beschermd. Maar de kinderen worden niet beschermd. Het bewijs: twee kinderen vermoord en een mag terug naar een vader die inmiddels van het ouderlijk gezag is ontheven.
Hier had een uitgelezen kans gelegen om het belang van de Raad aan te tonen. Door op te komen voor de worteling van het kinderleven. Door op te komen voor de opbouw van de gemeenschappelijke herinnering. Het is niet gebeurd. Waarom niet, waarom niet, waarom niet?
Hier had een uitgelezen kans gelegen om iets te laten zien van wat ik de Raad voor de Worteling zou willen noemen. Een instantie die onderzoek doet naar de kwaliteit van het Family Life waarin het kind terecht is gekomen. Het is niet gebeurd. Waarom niet, waarom niet, waarom niet?

De Raad reageert niet
Natuurlijk hebben wij de Raad om commentaar gevraagd. Met welk argument krijg je de zin uit je pen, dat een kind na vijf jaar mag worden teruggeplaatst bij de vader, die tegelijkertijd uit de ouderlijke macht moet worden ontheven? Het ontgaat mij volledig en niet alleen mij. Ook de rechtbank in kwestie heeft zich meer dan ongelukkig getoond met deze gang van zaken. En de Raad meer dan onderuit de zak gegeven.
Vragen stellen, helpt. Maar niet bij de Raad. Het letterlijke antwoord dat wij van de raadsmedewerker kregen was dit: Mijn mening doet er niet toe. Het volgen van het advies van onze jurist is een dienstopdracht. Daar mag je het als professioneel kinderbeschermer mee doen. Opnieuw vraag ik waarom, waarom, waarom?

Het gewortelde kind
Op mijn bureau verschijnt wekelijks een oproep om aandacht te besteden aan het groeiend aantal zelfmoorden onder meisjes tussen de 12 en 18 jaar van Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse afkomst. De getallen nemen explosief toe, zo wordt mij gezegd.  Er wordt gedubt over de oorzaak. Als belangrijkste wordt verwezen naar de worteling en de ontworteling van deze slachtoffertjes. Omdat hun worteling wordt ontkend, is het beter voor de trein te gaan liggen of van het dak te springen. Kinderen die niet erkend zijn in hun eigen wereld, die niet bevestigd zijn in hun eigen identiteit, die niet beschermd zijn door Nederlandse instanties.
Een “Raad voor de Worteling” is dus nog niet zo’n gek voorstel. Scheelt ook op termijn heel veel leed in heel veel gezinnen.

Waarheidsvinding is kinderspel

Huub van ‘t Hek / maart 2007

10 december 2004. Agressieve fietsbanden op het grindpad. Abrupt remmen in een slip. Fiets wordt in de heg gegooid. Keukendeur zwaait open. Daar staat hij, ons pleegkind, grote holle ogen en fors buiten adem. Ziet niets en hoort niets. Trekt keukenla open en grijpt de twee grootste messen. Vanuit mijn werkkamer kan ik het met een half oog zien. Komt in mijn richting, gaat achter mij staan en zegt : “Als je nu niet doet wat ik zeg, ga je er morgen aan”. Schuin kijk ik omhoog. Zijn ogen zien mij niet, maar ik weet niet wat zij wel zien.

Bedreiging of spel ?
Hij bedreigt mij dus niet, flitst er door mij heen. Hij bedreigt iemand anders. Als ik nu inga op zijn bedreiging, verwart hij mijn stem met degene die hij in zijn hoofd nu voor zich heeft. Dan zal hij steken en is er een kans dat ik het niet overleef. Mijn reactie moet er een zijn van alledag. Dus zeg ik : “Wat leuk dat je zo op tijd thuis bent. Als je even thee gaat zetten, kun je gelijk die twee messen in de la leggen. Dan drinken wij de thee in de kamer”.

Zijn lichaam schokt. Hij is wakker, teruggekeerd in de wereld van alledag. Hij kijkt naar mij en ziet mij nu ook. Dan kijkt hij naar zijn handen en ziet hij de messen. In een flits begrijpt hij, dat zijn houding als bedreigend wordt ervaren. Losjes laat hij de messen zakken en zegt : “Wat leuk hè, dat ik zo op tijd thuis ben. Als ik even thee ga zetten, kan ik gelijk die twee messen in de la leggen. Dan drinken wij daarna thee in de kamer”.

Een kwartier later drinken wij met zijn tweeën thee in de kamer. Praten over de afgelopen dag op school, bekijken wat er voor het eten nog gebeuren moet, bezien wat wij zullen eten, hoe laat wij nog boodschappen zullen doen en gaan ieder onze weg. Wij treffen elkaar op de afgesproken tijd. Doen samen de boodschappen en koken samen het eten. Hij is gehoorzaam, hij is volgzaam, hij is aardig, hij is voorkomend.

Spel of bedreiging ?
Spelen is kruipen in de huid van een ander. In dat licht gaat het om de vraag wat ik gezien heb. Waarvan ben ik getuige geweest ? Heeft hij mij voorgespeeld hoe hij zich in zijn hoofd bedreigd heeft gevoeld ? En heeft hij een dreigende houding aangenomen tegenover de grote mensen die hem vroeger zo bedreigd hebben ?

Mijn waarneming is juist geweest : hij heeft mij zijn verleden voorgespeeld. Hij heeft voor mij gespeeld, hoe hij zichzelf nog steeds moet verdedigen tegen mensen die er in persoon niet zijn. Maar die wel in zijn hoofd zitten. Op basis van die waarneming heb ik besluiten genomen en gereageerd.

’s Avonds hebben wij met elkaar gesproken. Over wat er was gebeurd. “Ik wilde jou niet doodmaken”, bleef hij maar herhalen. “Hoe kan ik jou nou dood willen maken, als ik hier altijd wil blijven wonen ?”, was zijn vraag. “Je kunt hier niet altijd blijven wonen”, heb ik opnieuw geantwoord, zoals ik hem dat al zo vaak had geprobeerd duidelijk te maken. “Je moet naar een omgeving waar ze je misschien kunnen genezen van die ziekte in je hoofd”.

Dat mocht ik niet zeggen. Hij bepaalde wel wat erin zijn hoofd zat en niet ik. Hij had bepaald, dat hij zeker tot zijn 18ejaar bij ons zou kunnen wonen. Wij hebben hem uitgelegd dat dat niet kon. Wij hebben hem uitgelegd, dat wij willen voorkomen dat hij een keer wel steekt. Misschien niet bij ons in huis, maar dan op school of ergens anders. Dat willen wij niet. Niet voor hem en niet voor degene die zijn slachtoffer zou worden. Hij begreep dat niet. Nu het hem zo was uitgelegd, zou hij het nooit meer doen. Hij zou gehoorzamen, altijd gehoorzamen.

Bedreiging of behandeling ?
Samen met de gezinsvoogd brengen wij hem weg. Naar een splinternieuw orthopedagogisch behandelingsinstituut. Wij worden ontvangen door een mevrouw van wie wij denken dat het een ernstige anorexia patiënte is, maar die zich voorstelt als de gedragsdeskundige. Wij hebben ons best gedaan om goed beslagen ten ijs te komen. Wij hebben nogal wat rapportages meegebracht. Twee verschillende psychiaters en twee verschillende psychologen hebben goede rapporten opgesteld over het kind en zijn gedragingen. Wij hebben als pleegouders een rapport geschreven over het gedrag van het kind in de afgelopen twintig maanden. De stukken worden vriendelijk in ontvangst genomen. Als er tijd is, zal er naar gekeken worden. Voorlopig zal de gedragsdeskundige afgaan op haar eigen waarneming, zo laat zij ons weten.

Nu voelen wij ons bedreigd. Omdat wij ontkend worden. Twintig maanden hebben wij vierentwintig uur per dag gewerkt aan de verbetering van de gedragingen van het kind. Wij vinden dat wij grote vorderingen hebben geboekt, maar nu niet verder kunnen. Omdat de pedagogische vorderingen worden geblokkeerd door de psychiatrische storingen. Die zouden wij ok wel kunnen verhelpen, maar daar is ons huis niet op ingericht. Daar hebben wij een andere en aangepaste setting voor nodig. Die setting, zo blijkt hier, niet in onze aanpak geïnteresseerd.

Met de behandeling kan niet onmiddellijk worden begonnen,  zo laat de gedragsdeskundige ons weten. Omdat de locatie nieuw is, omdat de organisatie nieuw is, omdat alles en iedereen nieuw is, moet eerst de interne hiërarchie van personen, zaken en informatie worden geregeld. Het kind zal BEsloten worden geplaatst en niet GEsloten. Het verschil tussen die twee is groot. Of de pleegvader voorlopig niet op bezoek wil komen, zo wordt gevraagd. Omdat het kind dat als bedreigend zou kunnen ervaren.

Op zondagavond hebben wij telefonisch contact. In het begin verlopen de gesprekken moeizaam. Omdat een groepswerker direct controleert wat hij zegt. Pas in het vierde gesprek vertelt hij dat het bij ons veel leuker was. “Omdat jullie altijd alles hebben voorgedaan”, zegt hij. “Jullie hebben altijd overal een spel van gemaakt”, zegt hij. “Hier moet ik de hele dag uitleggen wat ik doe en waarom ik het doe en dat kan ik niet”. Hij gaat gewoon naar school en doet daarbuiten wat hij moet doen. Van echte behandeling is geen sprake, zegt hij. Omdat de groepsleiding hem niet aankan, zegt hij. Omdat de mensen van het instituut altijd ruzie met elkaar maken, zegt hij.

Kind of volwassene ?
Twintig maanden hebben wij de principes van “Kinderen eerst…..” gehanteerd als leidraad voor ons gedrag. Dat wil zeggen, dat wij de spelmatige aanpak hebben gekozen om de waarheid te kunnen achterhalen. De grote winst is altijd geweest, dat hij met behulp van het spel veel bereikbaarder was. Dat hij ons in zijn spel veel meer kon laten zien over de herkomst van zijn gedrag. Daarmee hebben wij het meeste recht gedaan aan zijn wereld, zijn bestaan, zijn toekomst. Wij moesten eerst leren van hem, opdat hij in een later stadium veel zou kunnen leren van ons.

Dat betekent dat wij hem niet zoveel hebben laten praten. Omdat iedere vraag in de richting van zijn verleden wordt opgevat als een bedreiging. Wie zich bedreigd voelt, slaat dicht. Praten is de wereld van de volwassenen. Het gaat er niet om dat een kind niet kan praten. Kinderen kunnen heel goed praten. Kinderen zijn beter dan wie ook in staat om uitdrukking te geven aan hun gevoel. “Ik heb traantjes van trekheid”, heeft een kind ooit tegen mij gezegd. Om uit te drukken wat wij “geeuwhonger” noemen. Maar achteraf verantwoording kunnen afleggen over bepaalde gedragingen : dat hoort thuis in de wereld van de volwassenen. Het kind legt die verantwoording ook wel af, maar dan zul je het kind moeten laten spelen.

Julien C.
Met elkaar zijn wij in afwachting van de aanpak van de zaak Julien C. Die wordt verdacht van de moord op de achtjarige Jesse Dingemans. Een meer dan afgrijselijk en afschuwelijk voorval. Nergens ter wereld is er ook maar één kind dat het verdient om zo zijn leven beëindigd te moeten zien. Geen ouder ter wereld verdient het om zo een kind te moeten verliezen. En toch hebben wij met elkaar de plicht om zo naar Julien C. te kijken, dat wij met elkaar kunnen achterhalen wat hij wel en niet heeft gedaan en vooral, waarom hij wel of niet heeft gedaan wat hij wel of niet heeft gedaan.

In alle publicaties over deze zaak valt het op, dat hij blijft ontkennen dat hij het gedaan heeft. Hoe leg je uit dat hij de daad gepleegd kan hebben, zonder daarbij aanwezig te zijn. Dat is het gedrag dat wij van ons pleegkind zo goed kennen. Als hij binnenkomt en de messen grijpt, is hij niet wie hij is, maar is hij iemand anders. Er zijn momenten dat zijn angsten hem zo diep beheersen, dat zijn eigen ik hem verlaat en hij als het ware overgaat in een personage die hem vroeger meer dan ernstig heeft bedreigd. In het geval van ons pleegkind weten wij, dat hij een ernstig slachtoffer is van buitensporige vormen van psychisch, fysiek en sexueel misbruik. Vanaf zijn zevende jaar, als hij eindelijk uit huis wordt geplaatst, wordt er voor het eerst in zijn leven aandacht besteed aan zijn eigen ik. Pas dan is er aandacht voor zijn eigen persoonlijkheid. Diep beschadigd zijn vanaf het eerste uur van je bestaan. Daar word je een levenlang door achtervolgd.

Ombrengen en ombrengen
Het menselijk leven bestaat uit drie lagen : biologie, cultuur en spiritualiteit. In de biologische laag doen wij alles wat nodig is om biologisch in leven te blijven. Behoeft geen toelichting. In de culturele laag onstaan allehande relatievormen, die net zo noodzakelijk zijn om als mens te kunnen bestaan en te kunnen overleven. Gezin, familie, vrienden, arbeid, sport, nationaliteit, overheden : allerhande mensen en instituten die bijdragen aan de waarde van het bestaan.

In de spirituele laag gaat het om het geloven, om abstracties, om alles wat niet grijpbaar is, maar wezenlijk bijdraagt aan het menselijk geluk. Het is de opdracht aan ieder mens om voor zichzelf de beste mix na te streven van de biologische, de culturele en de spirituele activiteiten.

Als wij een kind of een volwassene biologisch ombrengen, is de wereld te klein. Volkomen terecht, want wereldwijd zijn wij het erover eens dat de ene mens niet het leven neemt van een ander mens. Maar als wij kinderen cultureel of spiritueel ombrengen, zoals ons pleegkind aan den lijve heeft moge ondervinden, dan bezien wij die daad ineens met heel andere ogen. Savannah was uit huis geplaatst, omdat men van mening was, dat de ouders het kind cultureel en spiritueel hadden omgebracht. Maar die vorm van ombrengen is geen wettelijk criterium. Dus kan het kind terug naar de ouders en moet het kind biologisch worden omgebracht, alvorens wij tegen de ouders optreden.

Spel en waarheid
Als wij het kijken van onze ogen verbinden met kennis en emotie leren wij om te zien. Als wij het zien toetsen aan wat wij al weten en wat wij al gezien hebben, leren wij om waar te nemen. 120.000 kinderen, zo lezen wij in de krant, hebben zodanige psychische problemen, dat zij wachten op behandeling. Ons pleegkind wacht nu ruim twee jaar op behandeling. Niet omdat de behandelaar er niet zou zijn. Die behandelaar is er wel, maar die behandelaar wil dat het kind zich gedraagt naar de modellen die hij in zijn hoofd heeft. De behandelaar is niet in staat om in het spel van het kind te zien hoe het kind zijn verhaal vertelt. En dus verklaart hij het kind ONbehandelbaar.

Ons pleegkind is nu zestien jaar oud. Over twee jaar is er geen titel meer om hem besloten of gesloten nog te behandelen. Hij kan dan gaan en staan waar hij wil. Zoals het er nu naar uitziet, gaat hij dan volstrekt onbehandeld de straat op. Als wandelende tijdbom. Omdat wij niet weten welke geur, kleur, tekst, geluid, beeld of wat dan ook de oorzaak zal zijn van zijn “zijnsverhuizing”. In die “zijnsverhuizing” is hij tot de gekste dingen in staat. Hij heeft dat al zo vaak in zijn spel laten zien. Wanneer wordt zijn spel als waarheidsvinding erkend ?